Schorsing en verwijdering leerlingen

Vooraf:

Onderstaande regeling inzake schorsing en verwijdering van leerlingen vindt zijn wettelijke basis in de Wet Primair Onderwijs en heeft zijn werking binnen het kader van de geldende afspraken en regelingen van het betreffende samenwerkingsverband.

Schorsing

Schorsing van een leerling is aan de orde wanneer er sprake is van

  • Het door een leerling herhaaldelijk overtreden van de schoolgedragsregels;
  • Ontoelaatbaar gedrag van een leerling, waardoor de voortgang van het onderwijsproces belemmerd wordt en/of orde, rust en veiligheid van de overige leerlingen/ leerkrachten in het geding is;
  • Ontoelaatbaar gedrag van de ouder*(s) van een leerling, waardoor de ouder(s) de orde, rust en/of veiligheid van leerlingen/leerkrachten op school belemmert;
  • Het niet langer kunnen voldoen door de school aan de zorgplicht.

Procedure voor schorsing

  1. De schoolleider schorst namens het bevoegd gezag en stelt het bevoegd gezag hiervan op de hoogte.
  2. Schorsing van een leerling vindt in principe pas plaats na overleg van de schoolleider met de ouder(s) en de groepsleerkracht; in een spoedeisende situatie kan dat zonder dit overleg plaatsvinden; de ouder(s) dienen evenwel zo spoedig mogelijk gehoord te worden; van dit gesprek en de gemaakte afspraken wordt een verslag opgemaakt dat door de ouder(s) voor gezien wordt ondertekend ;
  3. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouder(s) meegedeeld; daarbij wordt de reden van de schorsing, de ingangsdatum en tijdsduur ( max. 5 schooldagen)vermeld;
  4. Als de schorsing langer dan één dag duurt wordt het schriftelijk besluit tot schorsing in afschrift naar de Inspectie van het Onderwijs en de leerplichtambtenaar gezonden;
  5. Gedurende de periode van schorsing worden aan de leerling huiswerkopdrachten gegeven teneinde de voortgang van het leerproces te waarborgen;
  6. Een uitzondering op de maximale duur van de schorsing vormt de schorsing die ingaat terwijl er overleg gaande is over de definitieve verwijdering van een leerling. De schorsing duurt dan zo lang tot er een definitieve beslissing over verwijdering kan worden genomen omdat een nieuwe school voor de leerling is gevonden;
  7. Ouder(s) kunnen een bezwaar tegen de schorsing indienen bij het bevoegd gezag van de school. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk binnen 14 dagen een beslissing.

Verwijdering

Verwijdering van een leerling is aan de orde wanneer er sprake is van

  • Een onherstelbaar verstoorde relatie tussen de school en de leerling en/of ouder(s);
  • Door de school ervaren handelingsverlegenheid , waarbij zij niet voldoende tegemoet kan komen aan de hulpvraag die de leerling stelt.
    De procedure van verwijdering wordt door het bevoegd gezag ,in samenwerking met de schoolleider, voorbereid. Het besluit tot verwijdering wordt genomen door het bevoegd gezag.

Procedure tot verwijdering

  1. De schoolleider start de procedure tot verwijdering en hoort de betrokken leerkracht en zo nodig de intern begeleider;
  2. De schoolleider deelt schriftelijk aan de ouder(s) het voornemen tot verwijdering mee en nodigt hen uit voor een gesprek;
  3. De Inspectie van het Onderwijs en de leerplichtambtenaar worden van het voornemen tot verwijdering schriftelijk in kennis gesteld;
  4. Het bevoegd gezag beslist over de verwijdering van een leerling;
  5. Een leerling mag niet definitief van school worden verwijderd voordat er een andere school is gevonden die bereid is de leerling toe te laten en in te schrijven (zorgplicht/resultaatsverplichting); onder een andere school kan ook worden verstaan een school voor speciaal (basis) onderwijs: alsdan is een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband vereist;
  6. Het bevoegd gezag maakt het besluit tot verwijdering schriftelijk bekend aan de ouder(s); in dit besluit staat vermeld de naam van de school die de leerling kan en wil plaatsen en de mogelijkheid voor ouder(s) om binnen zes weken tegen het besluit bezwaar aan te tekenen bij het bevoegd gezag.
  7. De ouder(s) worden tevens uitgenodigd voor een gesprek over het gevonden alternatief inzake de plaatsing van de leerling;
  8. Wanneer de ouder(s) tegen het besluit bezwaar maken, beslist het bevoegd gezag binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift, nadat zij de ouder(s) heeft gehoord;
  9. Het besluit tot verwijdering wordt kenbaar gemaakt aan de Inspectie van het Onderwijs en de leerplichtambtenaar;
  10. De ouder(s) kunnen het besluit tot verwijdering tevens ter toetsing voorleggen aan de Tijdelijke Geschillencommissie Toelating en Verwijdering (www.onderwijsgeschillen.nl); deze commissie brengt binnen tien weken een oordeel uit over de beslissing tot verwijdering; het oordeel van de commissie is niet bindend; het bevoegd gezag dient aan de ouder(s) en commissie aan te geven wat zij met het oordeel doet; als zij van het oordeel afwijkt moet de reden van die afwijking in de beslissing worden aangegeven;
  11. Vervolgens kunnen ouder(s) bij de civiele rechter een spoedprocedure starten om verwijdering (voorlopig) te voorkomen.

* met “ouder” wordt gelijk gesteld “voogd” of “verzorger”